Fragment uit Voor jou 10 anderen
1
Er waren drie slaapkamers in de flat: één voor mama Riet, één voor haar dochter Mia en één voor de pleegkinderen.
Dat waren er acht. Als iemand zijn kind kwam brengen omdat hij zelf problemen had, zei mama Riet altijd ja, want ze had een groot hart. Maar ze had ook een kleine flat, dus de vloer van de derde kamer was bezaaid met matrassen en luchtbedden.
Ik ben Cynthia en ik heb er tot mijn twaalfde gewoond, samen met mijn broer Frankie.
Tot ik een jaar of zeven was, had ik me nooit iets over mijn echte moeder afgevraagd. Ik wist niet beter dan dat ze dood was. Voor mij was mama Riet mijn moeder.
Maar op een dag kreeg Aila, die ook bij ons woonde, een brief met een foto erin en ook nog tien euro. Van haar eigen moeder!
Hé, dat wil ik ook, dacht ik toen. Niet vanwege die tien euro, en ook niet vanwege die foto, want de moeder van Aila was écht lelijk. Maar ik wilde ook een eigen moeder.
Ik wachtte af totdat ik samen met Frankie moest afwassen. Toen begon ik er meteen over: ‘Wat weet jij nog van onze moeder?’
Meestal gaf hij geen antwoord als ik iets vroeg, maar nu vertelde hij aan één stuk door.
‘Ze moest vluchten uit haar land. Dat was moeilijk, want ik was pas twee en jij zat in haar buik.’
Ik hield mijn adem in.
‘Terwijl ze rende, ben jij geboren. Je viel zo tussen haar benen op de grond en toch moest ze snel verder lopen, want er zaten mannen achter haar aan. “Lopen, Frankie, lopen!” hijgde ze tegen mij. Ze sleurde me mee, tillen ging niet, want ze had een zware koffer.’
‘Wat wilden die mannen dan van haar?’ vroeg ik, terwijl ik ouwe tomatenketchup van een bord probeerde te krabben.
‘Ja, wat denk je!’ zei Frankie.
Ik had geen flauw idee. Geld? Frankie gooide een lepel terug in het sop. Normaal zou ik hem daarom natgooien of met die lepel op zijn kop slaan, maar ik wilde nog meer weten, dus ik hield me in.
‘Viel ik hard?’ Ik viste de lepel weer uit het sop en begon uitgebreid te boenen.
‘Best wel,’ antwoordde Frankie. ‘Ze wilde je eigenlijk laten liggen, maar die navelstreng zat nog vast.’
Ik dacht na. Mijn handen waren ijskoud, ook al hield ik ze in het warme water. Frankie werd ongeduldig, hij wilde natuurlijk weer tv-kijken. Hij draaide een knoop in de theedoek en sloeg ermee tegen het keukenkastje. ‘Schiet eens op.’
‘En toen?’ vroeg ik. Er was nog maar één bord. Langzaam aaide ik er met de borstel overheen.
‘Wat, en toen.’
‘Nou, ik was dus geboren, en die mannen zaten achter haar aan. En wat gebeurde er toen?’
Hij duwde me aan de kant en waste zelf het bord schoon. ‘Gewoon, ze rende en rende tot ze in Nederland was. Hier, afdrogen.’
Ik pakte de geknoopte theedoek en aaide wat over het bord. ‘Is ze in Nederland doodgegaan?’
‘Weet ik veel.’
Ik had nog twee vragen. ‘Waarom ging ze dood?’
Hij zette het laatste bord in het rek. ‘Weet ik veel. Gewoon, ze werd ziek.’
‘Wacht, er zit nog steeds ketchup op.’ Ik wilde het bord teruggooien, maar hij hield me tegen en ik duwde door en... Beng! Bord kapot. Bijna meteen ging de deur open. Shit, Mia!
‘Wie deed dat?’ vroeg ze glimlachend.
Als een wolf zijn lip optrekt, moet je uitkijken. Als Mia glimlachte ook. Zij was zestien jaar en ze was de enige echte dochter van mama Riet. Daarom was ze de baas over ons allemaal.
‘Ik,’ zei Frankie. ‘Sorry.’
‘De honden kunnen erin trappen,’ zei Mia.
‘Sorry,’ zei Frankie nog eens.
Mia trok een bezorgd gezicht. ‘Wist je dat dan niet?’ vroeg ze.
Frankie keek haar aan. Zijn ogen waren zo zwart dat ze op gaten leken. Ik frummelde aan de knoop in de theedoek en bleef naar de scherven kijken. Twee grote en heel veel kleintjes.
‘Opruimen en daarna even bij me komen,’ zei Mia, en weg was ze.
Frankie schoof de vuilniszak tot bij de scherven. ‘Ik ga haar doodmaken.’
Ik bukte, maar de zak stonk zo dat ik terugdeinsde. ‘Dat mag niet van de wet,’ zei ik.
‘Fuck de wet,’ zei Frankie.
Ik had nog één vraag over onze moeder: bracht ze ons weg omdat ze doodging? Of was ze dat tóch al van plan?
Maar Frankie zou waarschijnlijk zeggen: Ze wilde ons gewoon kwijt en vooral jou.
Misschien was dat waar. Maar misschien ook niet.
Toen Frankie de keuken uit liep bleef ik op de grond zitten. Ik trok de stinkende vuilniszak tegen me aan; zo moest ik van mezelf blijven zitten totdat Mia klaar was met Frankie.
Zij deed heel erge dingen. Maar Frankie huilde of schreeuwde nooit, dus ik moest goed op het geluid van de deur letten.
Open... nu was hij bij Mia.
Waar dacht hij aan? Als ik straf kreeg van Mia ging ik altijd liedjes zingen, in mijn hoofd, maar wel héél hard.
Nu neuriede ik ‘Altijd is Kortjakje ziek’, twee keer. Toen hoorde ik de deur weer. Mia was klaar. Ik stond snel op en gaf over in het afwasteiltje.
2
Ik ging op mijn luchtbed liggen om na te denken. Diego en Kesie waren ook in de slaapkamer, die zaten over te gooien met een tennisbal. Ik moest over een paar bedden heen lopen om bij mijn eigen bed te komen.
Ik ging liggen en dacht na.
Mijn moeder was dus op de vlucht. Toen werd ze ziek en kon ze niet voor ons zorgen.
Dus bracht ze ons bij mama Riet.
Wie woonden er toen we aankwamen? Mia in elk geval. En verder? Bella misschien.
‘Waar is Bella?’ vroeg ik aan Diego.
‘Weet ik veel,’ antwoordde hij.
‘Nee, jij weet niet veel,’ zei ik.
‘Hou je bek.’
‘Hou zelf je bek.’
‘Voor jou zeker, debiel.’
‘Ja, voor wie anders, sukkel.’
Ik verzin maar wat, maar zo ongeveer praatten wij allemaal met elkaar. Behalve Bella, zij was lief. Ze was toen een jaar of dertien, maar ze deed alles voor ons: bed verschonen als je ’s nachts geplast had, haren knippen, troosten... alles.
Voordat ik ging slapen, fluisterde ik vaak: ‘Lieve God, dank u wel voor Bella. En wilt u Mia zo snel mogelijk bij u halen?’
Bella zat op de bank tv te kijken, samen met Aila en Frankie. Frankie had gehuild. Hij keek me niet aan. Ik wist wat Mia bij hem gedaan had, en hij wist dat ik dat wist.
‘Bella, woonde jij al hier toen Frankie en ik kwamen?’ vroeg ik zacht in haar oor.
Ze knikte. ‘Mm.’
Ik kreeg meteen kippenvel. Bella had mijn moeder gezien! Ik keek om me heen, Aila mocht natuurlijk niks horen, waar konden we naartoe...
‘Je huilde zoveel, je leek wel een alarminstallatie,’ zei Bella.
Aila moest lachen.
Ik pakte Bella’s hand, gelukkig liet ze zich meetrekken. Op de gang was Joyo aan het voetballen en Nana zat onder de kapstok. Ik wilde alleen met Bella zijn, maar waar konden we heen... De keuken was leeg, alleen stonk het daar zo.
‘Ga maar buiten voetballen,’ zei Bella. ‘Straks wordt Mia boos.’
‘Nou en?’ zei Joyo, maar hij ging wel. Nana bleef bij ons, maar dat vond ik niet erg, Nana was niet gemeen. We kropen bij haar onder de kapstok, lekker dicht tegen elkaar aan.
‘Hoe zag mijn moeder eruit?’ vroeg ik.
‘Ik heb je moeder niet gezien, ze bleef bij de deur staan,’ zei Bella.
Ze bleef bij de deur staan! Je komt je kinderen brengen, misschien wel voor altijd, en dan blijf je bij de deur staan! Net als de postbode die een pakketje komt bezorgen.
‘Probeerden jullie niet mee te gluren?’ vroeg ik na een tijdje.
Bella schudde haar hoofd. ‘Mama Riet praatte met je moeder en ik kreeg jou in mijn handen gedrukt.’
‘En Frankie?’
‘Die liep meteen naar de tv.’