Fragment uit Als niemand kijkt
Achttien en een half
Mijn lijf wilde niet, maar het moest: opstaan, yoghurt eten,
naar het station. De trein van half acht stond er nog en ik
kwam vroeg in de stad aan. Ik nam de lange route naar de
balletacademie, een omweg langs de gracht en over de witte
ophaalbrug. Uit de openstaande deur van De Espressobar
kwam de geur van versgemalen koffiebonen. Ik beloofde
mezelf een koffie verkeerd op de terugweg. Als ik nu al
naar binnen ging om iets te bestellen, zou ik nooit meer in
beweging kunnen komen.
Iedere lesdag begon met Galina de Verschrikkelijke,
maar de maandagen waren het ergst. Ik had er het hele
weekend tegen opgezien. Galina zou me vertellen wat ik
moest doen. Ze zou me vertellen wat ik verkeerd deed. Ze
zou me nog een keer vertellen wat ik moest doen en dan
weer wat ik verkeerd deed omdat ik altijd wel iets verkeerd
deed: ‘Langzame plié, Julia. Heb je geen oren aan je hoofd?
Langzame plié in achten. Vier down. Vier up!’
Ze was er nog niet toen ik de zaal binnenkwam. Pavel was
er wel. Hij zat achter de vleugel in de hoek. Hij leunde
achterover en nam een slok uit zijn waterflesje.
Langzaam liep ik langs de spiegelwand. Ik keek naar
mezelf en naar de anderen. Dun genoeg? Gespierd genoeg?
Mooi genoeg?
Ik droeg een bruin balletpak met een open rug.
Daaroverheen een panty met afgeknipte voeten. Ik had
canvas balletschoenen aan en een sweatshirt met een
capuchon. Dansers houden van slordigheid. Zorgvuldig
gecreëerde slordigheid, dat wel. Een strak lijf lijkt nog
strakker als je het een beetje rommelig aankleedt.
De meeste meiden waren er al. Ze deden rekoefeningen
op de grond of aan de barre. De jongens kwamen iets later
binnen. Het waren er drie, maar dat was meer dan genoeg.
Ze hadden een hoop ruimte nodig.
Ik lette vooral op Duncan. Niet alleen omdat hij een
goede danser was met een goed lijf, maar vooral omdat
zijn gezicht zich nergens iets van aantrok. Duncan kon
bekken trekken, glimlachen, met zijn ogen rollen en flirten
en ondertussen zijn oefeningen afwerken. Maar hij kon
ook geconcentreerd zijn als het moest. Als Galina naar
hem keek werd zijn gezicht neutraal. Ik wist niet hoe mijn
gezicht eruitzag als Galina naar me keek, maar ik kon me
niet voorstellen dat het neutraal was.
Duncan liep naar de muziekinstallatie en schoof er een
cd in. Pavel deed net alsof hij niets in de gaten had.
‘Clap your hands,’ zei Duncan.
‘Doe het zelf,’ zei Kitty. Ze was niet in voor een geintje.
Ze had de laatste selectie maar net aan overleefd en ze
trainde harder dan wie dan ook.
Een droog ritme. De stem van Justin Timberlake.
‘She’s freaky and she knows it.
She’s freaky and I like it.’
Duncan stak een arm in de lucht en bewoog zijn
schouders.
‘Listen.’
Hij draaide met zijn heupen en stak zijn kin in de lucht.
‘She grabs the yellow bottle,
she likes the way it hits her lips.
She gets to the bottom,
it sends her on a trip so right.’
Kitty rende naar de deur om te kijken of Galina eraan
kwam.
‘She might be goin’ home with me tonight.’
Duncan zong mee.
‘She looks like a model
except she’s got a little more ass.’
Ik legde onwillekeurig een hand op mijn bil, betrapte
mezelf en deed net alsof ik mijn balletpak rechttrok.
Duncan lachte.
‘Ze komt eraan!’ riep Kitty.
Duncan drukte op de stopknop en pakte rustig, alsof
hij alle tijd van de wereld had, zijn cd. Hij liep naar de
kleedkamer, vlak langs Galina, die met stramme passen de
zaal binnenkwam.
Als brave kindertjes gingen we aan de barre staan.
Galina nam er genoegen mee, ze had de muziek op de trap
al gehoord, dat kon niet anders, maar ze had besloten er
verder geen punt van te maken.
Ik trok mijn sweatshirt uit en legde mijn hand op de
barre. Ik had een plek bij het raam gekozen zodat ik de
gracht kon zien.
Duncan was net op tijd terug voor de reverence, de
buiging waarmee we iedere les begonnen. We bogen naar
Pavel, die zijn eerste stukje speelde, en daarna naar Galina.
Ik deed het zonder veel aandacht.
‘Voor wie is deze reverence?’ vroeg Galina.
Niemand gaf antwoord.
‘Iek schta hier!’ Galina begon zich nu al op te winden
en haar Russische accent kwam bovendrijven. ‘Maak je een
reverence dan kijk je! Look! Look me in the eye!’
Pavel zat met zijn handen in zijn schoot te wachten. Het
waterflesje stond onder zijn stoel.
Galina zuchtte nadrukkelijk. Even was ik bang dat we
de reverence over moesten doen, maar ze begon aan de
warming-up. ‘Plié: demi – strek, demi – strek, grand plié,
relevé. Second position en hetzelfde in vierde, vijfde en
links.’
Ze bewoog haar handen als een zwemmer op het droge.
Ze deed haast nooit een oefening echt voor, bijna altijd
gebruikte ze haar handen om ons uit te leggen wat we met
onze benen moesten doen. En ze gebruikte haar stem.
Zoals zoveel docenten prakte ze minstens drie talen door
elkaar. Vier, als je de Franse ballettermen meetelde.
‘Julioeschka! You know what to do? Heb je gehoord?’
Pavel zette in.
Ik boog mijn benen en zakte naar beneden. Ik kwam
weer omhoog. Ondertussen probeerde ik naar buiten te
kijken. Aan de overkant van het water zat de mooiweerman
in zijn vensterbank de krant te lezen. De mooiweerhond zat
voor het raam op de stoep. Van de lente tot de herfst zaten
ze daar bijna iedere morgen. De man met een kop koffie
en de hond met niks. Alleen als het regende was het raam
dicht. De mooiweerhond was groot en zwart. Zal ik naar
beneden gaan om hem te aaien? dacht ik. Zal ik de zaal uit
lopen?
Grand plié. Ik zakte dieper naar beneden.
‘Popo láág!’ zei Galina.
De elastiekjes van mijn balletschoenen knelden. Nu al. Ik
had nog anderhalf uur te gaan tot de eerste pauze. Dansen
en luisteren. Vooral luisteren, want Galina had een hoop
commentaar. Eerst op de pliés en daarna op alle volgende
oefeningen. De meeste moesten we nog een keer overdoen
en zelfs dan had ze er nog een heleboel op aan te merken.
Ik lette net genoeg op. Buiten las de mooiweerman
nog steeds zijn krant. In de zaal probeerde Duncan mijn
aandacht te trekken. Hij keek me aan en probeerde me
aan het lachen te maken. Een spelletje. Als ik lachte had
Duncan gewonnen, als ik niet lachte had ik gewonnen. Ik
won met gemak. Ik zou honderd keer achter elkaar kunnen
winnen, maar Duncan gaf het op. De oefeningen werden
zwaarder en er was geen energie meer over voor spelletjes.
We hadden alle aandacht nodig voor onszelf. De gezichten
in de zaal werden strakker.
‘Ronds de jambe en l’air!’ zei Galina. Ze deed het met
haar droogzwem-armen voor. Ze gaf Pavel een aanwijzing
in het Russisch. Pavel speelde. Ik boog mijn knie en
cirkelde met mijn onderbeen.
‘Julioeschka, bovenbeen stil.’
Mijn been trilde. Op mijn rug en mijn borst stond koud
zweet. Het leek alsof iemand me langzaam in een klamme
lap wikkelde.
Ik zeg dat ik me ziek voel, dacht ik. Ik zeg dat ik grieperig
ben en koorts heb en naar huis moet omdat ik anders flauw
ga vallen. Ik zeg dat mijn enkel weer pijn doet en dat ik
niets mag forceren.
‘Heup recht!’ zei Galina. ‘Stretch your knee. Stretch.
Stretch harder!’
Ze begon aan een eindeloze uitleg. Ze kwam naar me toe
en pakte mijn been.
‘Ik wou dat je oren had op je knie. Dat je knie zou
luisteren! Ears! Here!’ Haar hand drukte op mijn knieschijf.
Het had geen zin om iets terug te zeggen. Ik wachtte
tot ze klaar was en naar een andere leerling liep. Het was
maar goed dat ze het alleen over mijn oren had gehad en
niet over mijn ogen. Die keken alweer naar buiten, naar de
mooiweerman en de mooiweerhond en de mensen die over
de gracht liepen. De gewone wereld leek ver weg. Mijn
eigen wereld was zoveel kleiner en benauwder.
Ik zag mezelf naar de kleedkamer lopen, naar buiten,
naar het station en naar huis om te vertellen dat ik zou
stoppen met dansen. Ik dacht aan mijn ouders. Aan de
keren dat ze me naar balletles hadden gebracht, aan de
speciale maaltijden die ze kookten, aan al het geld dat ze
hadden betaald. Ik dacht aan mijn moeder die in het begin
mijn haar in een knot draaide omdat ik het zelf nog niet
kon. Iedere morgen om zes uur stond ze met haarspelden te
friemelen.
Hoe zou ik kunnen stoppen? Ik was achttien. Achttien en
een half om precies te zijn, want iedere moeizame maand
telde mee. Achttien en een half en ik had bijna mijn hele
leven gedanst.
‘Battements frappés!’ riep Galina.
In mijn hoofd lagen al weken dezelfde woorden te
sudderen. Stoppen of dansen. Het een of het ander. Dansen
voor wie? Voor mezelf? Voor mijn ouders? Voor Galina?
Nee, voor Galina niet. Nooit voor Galina.
De stem in mijn hoofd was zo helder dat ik ervan schrok.
Stoppen of dansen. Het een of het ander. Als het dansen
werd zou ik mezelf moeten geven. Helemaal.
Ik werd bang. Stoppen of dansen, ik was dicht bij een
antwoord. Pavel speelde en Galina kwam naar me toe.
‘Julioeschka!’
Het een of het ander.
‘Julioeschka!’
Toen wist ik het.