Fragment uit De Wilde Kippen Club
Het was een heerlijke dag. Warm en zacht als kippenveertjes. Maar jammer genoeg was het maandag. En de enorme klok boven de ingang van de school wees al kwart over acht aan toen Sprotje het schoolplein op racete.
‘Shit!’ zei ze. Ze manoeuvreerde haar fiets in het verroeste fietsenrek en sjorde haar schooltas van de bagagedrager. Toen stormde ze de trap op en holde door de verlaten hal.
Op de trap rende ze bijna tegen meneer Muisman, de conciërge, op.
‘Hé!’ zei hij en hij verslikte zich in zijn boterham met kaas.
‘Sorry!’ mompelde Sprotje. En verder stormde ze, nog twee gangen door. Toen stond ze hijgend voor de deur van haar lokaal. Muisstil was het daarbinnen. Zoals altijd bij mevrouw Rooze. Sprotje haalde nog een keer diep adem, klopte aan en deed de deur open.
‘Sorry, mevrouw Rooze,’ zei ze, ‘ik moest de kippen nog voeren.’
Dikke Steve keek haar verbaasd aan. Mooie Melanie trok haar wenkbrauwen op. En Fred, die stomkop, kraaide en sloeg met zijn armen alsof het vleugels waren. Reuze grappig.
‘Dat is een originele smoes zeg,’ zei mevrouw Rooze. Ze tuitte haar roodgestifte lippen en zette een kruisje in haar boekje.
Met een somber gezicht liep Sprotje naar haar plaats, stak haar tong uit naar Fred en ging zitten. Naast Roos, haar hartsvriendin.
‘Je hebt stro in je haar,’ fluisterde Roos. ‘Hoezo, je moest de kippen voeren? Is oma Bergman ziek?’
Sprotje schudde haar hoofd en gaapte. ‘Naar haar zus. En ik moet een uur eerder opstaan om die beesten te voeren. Een uur! Dat geloof je toch niet!’
‘Afgelopen nu met dat gesmiespel daar achterin,’ riep mevrouw Rooze en ze begon raadselachtige getallen op het bord te schrijven. Roos en Sprotje bogen hun hoofd tot ze met hun neus bijna hun boek raakten.
‘Maar het heeft me wel op een idee gebracht,’ fluisterde Sprotje.
‘O ja?’ Roos keek bezorgd van haar boek op. Sprotjes ideeën waren net zo irritant als waterpokken. En ze broedde aan een stuk door nieuwe uit.
‘Stuur Melanie en Kim een briefje,’ fluisterde ze Roos toe. ‘Volgende pauze geheime vergadering op de wc.’
Kim en Melanie zaten naast elkaar, drie tafeltjes verder naar voren, en tuurden ingespannen naar het bord.
‘O nee!’ steunde Roos. ‘Je begint toch niet weer over dat clubgedoe, hè?’
‘Schrijf op!’ siste Sprotje.
Roos had de geheime clubtaal perfect onder de knie. Dat kon je van Sprotje niet zeggen, hoewel ze hem zelf had bedacht.
Geen wonder, ze kon niet eens onthouden of je ‘leraar’ met één of met twee e’s schreef.
‘Zo, nu wil ik graag iemand bij het bord hebben,’ zei mevrouw Rooze.
Roos trok haar hoofd tussen haar schouders. Sprotje staarde geboeid in haar wiskundeboek.
‘Geen vrijwilligers?’
‘Welk wachtwoord?’ fluisterde Roos terwijl ze een blaadje uit haar ringband scheurde.
Sprotje krabbelde iets op de tafel.
Roos fronste haar wenkbrauwen. ‘Wat moet dat nou weer voorstellen?’
‘Een kip natuurlijk,’ siste Sprotje ongeduldig. ‘Prima wachtwoord, toch? Schiet nou op.’
Mevrouw Rooze keek alweer hun kant op.
‘Fred is de vrijwilliger!’ zei Sprotje luid en ze veegde de mislukte kip met haar duim weg.
‘Haha.’ Fred liet zich nog verder onderuitzakken op zijn stoel.
‘Klaar,’ fluisterde Roos. Ze vouwde het briefje zorgvuldig op en schoof het naar Sprotje toe.
‘Charlotte, kom jij maar even naar het bord,’ zei mevrouw Rooze.
‘O nee. Alstublieft, dat heeft geen zin,’ zei Sprotje. ‘Echt niet, mevrouw Rooze.’
‘Charlotte, naar het bord.’ Mevrouw Rooze trok haar wenkbrauwen op. Dat deed ze altijd als ze haar geduld begon te verliezen.
Dus stond Sprotje op, pakte het briefje en liet het in het
voorbijgaan bij Mooie Melanie op schoot vallen.
Maar achter de ronde bril van mevrouw Rooze gingen haviksogen schuil. ‘Melanie, wil je me alsjeblieft even dat briefje laten zien dat je net kreeg?’ vroeg ze lief. En Melanie kreeg een vuurrood hoofd en liep braaf met Sprotjes geheime boodschap naar voren.
‘Gniredagrev medni wsejsie neglovc ezuaped owthcaw pikdro,’ las mevrouw Rooze hardop. ‘Wat heeft dat nou weer te betekenen?’
‘Dat is Sprotjes debiele geheimtaal,’ verklaarde Fred. Hij grijnsde zo breed dat zijn oren bijna van zijn hoofd vielen. Sprotje pakte een krijtje, perste haar lippen op elkaar en keek strak naar het bord.
‘Tja, als het geheim is,’ zei mevrouw Rooze, terwijl ze Sprotjes briefje weer opvouwde en Melanie in de hand drukte, ‘dan moet het ook geheim blijven. Charlotte, begin maar te rekenen.’
De rest van het uur werd voor Sprotje behoorlijk onplezierig. Maar ook Fred pijnigde zijn hersenen. Over Gniredagrev medni wsejsie enzovoort.
‘Wat een achterlijk ontmoetingspunt!’ zuchtte Melanie. Met z’n drieën hadden ze zich in een wc-hokje geperst. Roos had het nog het beste getroffen, want die zat op de wc-bril.
‘Dit is de enige plek waar de club van Fred ons niet kan bespioneren,’ zei Sprotje.
‘Bespioneren! Wat valt er nou te spioneren?’ vroeg Melanie spottend en ze plukte aan haar lange haar. ‘Ik wed dat die jongens wel wat beters te doen hebben.’
‘O ja?’
Iemand klopte op de deur en zei zacht: ‘Kip! Kihiiiiip!’ Sprotje deed de deur van het slot en Kim wurmde zich naar binnen. Nu werd het pas echt krap.
‘Sorry hoor,’ zei Kim verlegen. ‘Maar ik moest eerst even naar de wc. Echt, bedoel ik.’ Ze werd rood. ‘Wat is er aan de hand?’
‘Sprotje heeft een idee,’ zei Roos.
Melanie stak een stuk kauwgum tussen haar hagelwitte tanden. ‘Nou, als het net zoiets is als de vorige keer, dan weet ik het wel!’
‘Wat doe je hier eigenlijk als onze club je zo op je zenuwen werkt,’ snauwde Sprotje.
Melanie rolde met haar ogen. ‘Laat maar. Kom op met dat idee van je.’ Giechelend stootte ze Kim aan. ‘Misschien wil ze weer zo’n heksendrankje voor ons brouwen, waar we dagenlang groen van zien.’
Sprotje antwoordde met een ijskoude blik.
‘Hallo, kunnen we nu misschien een keertje ter zake komen?’ vroeg Roos. Ze klom op de wc-bril en duwde het raampje open.
‘Oké.’ Sprotje wreef over haar neus. Dat deed ze altijd als ze boos of verlegen was. ‘Mijn oma is een week naar haar stokoude zus en ik pas op het huis en de kippen en zo. Nou ja, en toen dacht ik dat het huis best een gaaf hoofdkwartier zou zijn... en als we deze week nou wat vaker bij elkaar komen... ja, nou,’ ze keek naar haar voeten, ‘dat we dan misschien toch nog een echte club worden.’
‘Lijkt me leuk,’ zei Kim met een zijdelingse blik op Melanie. Iets was voor haar pas goed als Melanie haar zegen eraan had gegeven. Maar die keek helemaal niet enthousiast.
‘Wat bedoel je met wat vaker?’ vroeg Melanie.
‘Nou, bijna elke dag.’
Roos schudde haar hoofd. ‘Ik weet niet of ik zo vaak kan. Mijn broertje, weet je wel...’
‘Ja hoor, je broertje,’ zei Sprotje geërgerd. ‘Je grote broer kan ook wel eens een keer oppassen hoor.’
‘Jij hebt makkelijk praten,’ mompelde Roos. Sprotje had geen broertjes of zusjes. Haar moeder reed op een taxi en was meestal niet thuis. En haar vader – nou, die was er niet en je kon maar beter niet over hem beginnen ook.
‘Maar wat moeten we dan zo vaak met elkaar?’ vroeg Melanie.
Buiten ging de bel voor het eind van de pauze.
‘Nou, wat doe je anders dan allemaal voor spannends?’ wilde Sprotje weten. ‘Ik zit dus thuis te niksen, als ik niet toevallig bij mijn oma aan het sloven ben. Roos heeft niets beters te doen dan de hele tijd op haar broertje passen. En Kim beleeft vast ook niet aan de lopende band de grootste avonturen, of wel soms?’
Kim glimlachte verlegen en tuurde naar de vieze tegels voor haar voeten.
‘Ik zit op ballet hoor!’ zei Melanie vinnig. ‘En ik heb ook nog gitaarles.’
‘Jee, dat klinkt avontuurlijk,’ zei Sprotje. ‘Dat kun je natuurlijk niet zomaar een weekje overslaan.’
‘Natuurlijk wel!’ Melanie kneep kwaad haar ogen half dicht. ‘Maar wat dan?’
‘Dat zien we vanzelf wel!’ riep Sprotje.