Fragment uit Het verbond van de Bliksems
1 Het Huis van de Roodgelakte Klauwen
Voor mij, Wik Kasterman uit Amsterdam, is het allemaal begonnen
met dat spel van mijn vriendin Desi en mij. Ik denk dat we vanaf het
begin begrepen dat het niet gewóón was, wat we deden, en dus hielden
we het geheim – tot op die zomernacht in augustus, op onze volkstuin
bij Durgerdam. We zaten met z’n drieën boven op het tuinhuisje, het
stevige lijf van mijn oudste broer Toon geruststellend tussen Desi en
mij in. Het was de hele dag bloedheet geweest. Met het invallen van de
duisternis was het gaan onweren, steeds erger, alsof we in het hart van
de Derde Wereldoorlog verzeild waren geraakt, met legers die slag leverden.
Inslaande mortieren daarginds, bommen met blauwvuur, hele
steden in de fik.
Terwijl we een zak marshmallows leegaten, keken we naar hoe het
om ons heen weerlichtte. Inslaande bliksemschichten bleven lange seconden
aan de horizon staan, wijdbeens geworteld in de onbekende
verte.
‘Er zijn elke dag vijfenveertigduizend onweersbuien op aarde,’ zei
Toon. ‘Op ditzelfde moment onweert het op zeker tweeduizend andere
plaatsen.’
‘In Centraal-Amerika,’ zei ik. ‘Het onweert toch vaak daar waar vulkanen
zijn?’
‘En in Bogor,’ zei Toon, ‘op Java. Daar onweert het 322 dagen per
jaar.’
‘Je zou een film moeten maken,’ zei Desi, ‘van alle onweren op aarde
tegelijk. Met vertraagde beelden, dat je het overal tegelijk ziet inslaan.’
‘Maar dat is maar een film,’ zei ik. ‘Een film kan je nooit écht laten
ervaren wat een onweer is. Je moet er middenin zitten, je moet het om
je heen ruiken, en zweten van angst!’
‘Hoeft voor mij niet hoor, Wikkie,’ zei Desi.
We staarden naar de horizon en probeerden het onweer te ruiken.
‘Hé, Wik,’ zei Desi ineens. ‘Laten we dat van de bliksem doen. Weet
je wel? Beheers-de-bliksem.’
Ik sloeg haar op haar knie. ‘Sst!’
‘Nee, ik meen het. Laten we het Toon laten zien. Waarom niet?’
‘Wat laten zien?’ vroeg Toon.
Ik keek naar Toon en toen naar Desi.
‘Oké,’ zei ik aarzelend. ‘Goed. Mij best. Begin jij?’
‘Cool! Mag ik je zaklamp?’
Ze ging rechtop zitten, de zaklamp in de aanslag. ‘Gaat-ie,’ zei ze.
‘Viracocha, Agni, Aj Tojon!’ Ze klikte de lamp aan en scheen in de verte.
‘Hephaistos, Wirrit – schenk me uw bliksem! Himboei, Indra, Gibil,
Noeskoe, Shango...’ Plotseling, laaiend scherp, maar een heel eind
rechts van waar Desi’s lamp heen scheen, tekende zich een schuine
bliksemschicht af. Even later klonk het zware, verre gedonder. Desi
giechelde. ‘Hartstikke mis.’
‘Nou ik.’ Ik scheen niet in de richting van de bliksemschicht van
daarnet, maar meer naar links. ‘Hinokagoetsoetsji, Bosjintoi, Loki’ –
ik aarzelde – ‘Tubal-Kaïn, Prometheus, Azazel’ – en toen heel vlug:
‘Schenk me uw bliksem!’ En precies op dat moment sloeg de bliksem
in, een schitterende, gevorkte schicht, precies in het verlengde van de
straal van de zaklamp, en terwijl hij daar tegen de nachtelijke hemel
stond gekleefd riep ik luid: ‘En uw donder!’ En op mijn commando
scheurde de hemel open, scherp en oorverdovend.
‘Jezus,’ zei Toon. Desi klapte in haar handen. ‘Je kunt het nog steeds!’
‘Nou jij,’ zei ik tegen Toon en duwde hem de lamp in z’n hand.
‘Hoe doe je dat, Wik? Ik ken die namen niet.’
‘Dondert niet,’ zei Desi. ‘Het gaat om je timing. Je mag ook andere
namen zeggen, of onzinwoorden.’
Hij liet zomaar een bliksemschicht voorbijgaan. Toen sloeg hij toe.
‘Pelargonium, sansevieria, dipteracanthus, echeveria – geef je bliksem!’
Niks. Hij lachte. ‘Ficus, fuchsia, hibiscus’ – en de bliksem kwam, veel
verder naar rechts dan hij voorspeld had, en hij lachte er zo lang om dat
hij de donder miste.
‘Maar zoiets kun je ook niet voorspellen,’ zei hij, zijn lange zwarte
krullen schuddend, en hij gaf de lamp aan Desi. ‘Dat is gewoon gokken.’
‘Dat dacht jij, Toni-boy,’ zei Desi. ‘Wedden?’
En we speelden. Na een poosje was de stand elf voor mij, twee voor
Desi, en één voor Toon.
‘Zie je?’ zei Desi triomfantelijk. ‘Wik kan dat echt.’
‘Idioot,’ zei Toon. ‘Idioot. Lukt je dat elke keer, Wik?’
‘Ze heeft een talent,’ fluisterde Desi overdreven schor.
‘Talent?’
‘Ze kent een géést, daarginds,’ zei Desi, terwijl ze de hand die ik op
haar mond probeerde te leggen wegduwde, ‘een géést, die seint haar in
– au, Wik!’
Toon keek me aan alsof ik, sinds hij in Wageningen op kamers zat, in
een vleesetende plant veranderd was. ‘Toch moet je daarmee uitkijken,
Wik. Het is gewoon niet verstandig je te veel met dat soort dingen bezig
te houden.’
‘Bliksem?’
‘Nee.’ Hij klonk doodernstig. ‘Helderziendheid. Geesten. Telepathische
spelletjes.’
En dat was het dan. We verloren onze geheime wereld op het moment
dat we hem aan een buitenstaander lieten zien.
Ik was echt ontzettend goed geweest in al die dingen. Voorspellende
dromen. Déjà vu’s. Voorgevoelens die uitkwamen. Ik kon haarfijn
aanvoelen of ergens engelen of demonen in de buurt waren. Soms,
’s nachts, voelde ik wel eens dat er geesten zwijgend naar me keken.
Maar die avond was dat allemaal in één klap afgelopen. Het waren misschien
maar spelletjes, zei Toon, maar je kon er steeds dieper in wegzinken.
Je kon er verslaafd aan raken. Hij legde het ons allemaal heel
serieus uit.
Toen besloot ik dat ik niet meer het meisje wilde zijn dat vastzat in
haar eigen geestenwereld, dat dacht dat ze vanaf de horizon bliksems
op kon roepen. Ik zou voortaan in de gewone wereld leven. Ik was in
die tijd bijna veertien, het was hoog tijd, niet? Ik zou de bliksem met
rust laten, ik zou de geesten van de nacht laten voor wat ze waren. Ik
zou gewoon zijn, leuke kleren dragen, leuke dingen doen met echte
vriendinnen, zoals Desi, en eindelijk echte vriendjes hebben.
Wat nog een hele klus bleek te zijn. Want die alledaagse wereld, daar
heb ik nou juist helemaal geen talent voor. Ik snapte de mensen gewoon
niet, zie je, ik snapte geen donder van wat ze bezighield en waarom
ze deden wat ze deden. Ik snapte m’n twee broers en m’n zus al niet
eens, laat staan de rest van de wereld. Er zat niets anders op dan dat ik
een systematische methode ontwikkelde om de wereld te begrijpen.
Mijn eigen betrouwbare methode. De methode-Wik Kasterman.
De methode-Kasterman
PROBLEMEN? ONZEKER? TWIJFELT U
over studieprofiel, werk, kledingstijl, geldkwesties of liefde?
Laat de WETENSCHAP u helpen de juiste beslissingen te nemen!
Geen gedoe met Char of Afrikaanse mediums, maar
een WETENSCHAPPELIJK UITGEKIEND beoordelingssysteem
kan je helpen je situatie juist in te schatten, en je handelwijze
te bepalen!
TEST DE METHODE-KASTERMAN™
Neem nog vandaag contact op!
‘Niet gek. Nou moet je er nog een lijst met aanbevelingen bij zetten,’
zei Desi.
‘Ik heb beroepsgeheim,’ zei ik koel.
‘Niet met naam en toenaam natuurlijk! Maar zoiets als “havist, 17,
met beroepskeuzeproblemen”, of “middelgrote drukkerij die inkomsten
uit geboortekaartjes zag teruglopen”. En dan van die regeltjes uit
enthousiaste dankbrieven – “dankzij de methode-Kasterman™ verdien
ik nu tachtigduizend euro per jaar!” ’
‘Moet ik die dankbrieven wel eerst krijgen.’
‘Dat gejubel in die advertenties is toch altijd gelogen? Ik kan je anders
zelf wel een dankbrief schrijven. “Dankzij u heb ik op tijd ingezien
dat lekker ding Donnie toch niet de juiste jongen voor me is!” ’
Ze draaide een rode haarlok om haar vinger en giechelde. Desi zag
altijd op tijd in dat het een of andere lekkere ding niet de ware was. Na
een dag of drie, of zo. De stand wat jongens betreft was 1½ (voor mij)
– 16 (voor haar).
Nou heeft zij ook royaal cup C en lang golvend rood haar, en heb ik
niks van boven en piekerig rechtopstaand zwart haar. Een bezemsteel
met plukjes bovenop, dat ben ik. Wat een handicap is waarvoor ik op
z’n minst tien compensatiepunten zou moeten krijgen.
Het was anderhalf jaar na die zomernacht van het bliksemspel, en na
anderhalf jaar nadenken en experimenteren, had ik echt een goede methode
uitgewerkt. Het basisprincipe was simpel. Het draaide allemaal
om de combinatie van rationele analyse en intuïtie.
Ze zijn allebei belangrijk. Het lijkt misschien alsof je alle problemen
in de wereld kunt oplossen met koel rationeel rekenwerk, maar in het
dagelijks leven heb je niks aan die methodes. Als m’n grote zus met d’r
glimrok strak om d’r kont op hoge hakken de deur uit wiebelde, om
elf uur ’s avonds, ja, dan kon ik veilig deduceren dat ze uitging. Maar
als m’n broer Dario van de televisie naar de klok keek, dan wist ik niks.
Verwachtte hij een telefoontje? Had hij slaap? Checkte hij of zijn film
al begon? Of gingen z’n foute vrienden ergens een kraak zetten en had
hij beloofd ze op een bepaald tijdstip weg te brengen, met een auto met
een vals nummerbord?
Het punt is niet zozeer dat al die dingen niet te achterhalen zijn,
maar dat de ratio alleen daar niet genoeg voor is. Wat je ook nodig
hebt, is intuïtie. Geen mensenkennis – want die heb ik sowieso niet –
maar zoiets als een zesde zintuig. Kijk, daar had ik nou wel een hoop
ervaring mee, en nadat ik stapels boeken, tijdschriften en websites had
gelezen over linkerhersenhelften en rechterhersenhelften, over helderziendheid
en telepathie, over déjà vu’s en reïncarnatie, bijna-doodervaringen
en voorspellende dromen, concludeerde ik:
1. dat er inderdaad niet-rationele manieren zijn om dingen te weten te
komen;
2. dat de meeste van die methodes oplichterij zijn.
De volgende stap lag voor de hand. Als ik m’n doel om de wereld te
begrijpen wilde bereiken, dan moest ik een objectieve, rationele manier
ontwikkelen om dingen via de intuïtie te weten te komen. Zo dus:
Test (13 december, 00.12 uur)
Situatie: Marm en Pap opgefokt beneden. Dario zou om 23 uur binnen
zijn. Hij had gezegd dat hij naar Ellen en Ko ging, helpen bij de
verbouwing. Maar die blijken hem de hele avond niet gezien te hebben.
M’n ouders denken dat hij stiekem is gaan stappen met jongens
die hij uit het joc kent, wat ze hem absoluut verboden hebben: geen
contact meer met gasten uit de bak.
Opdracht: achterhalen of Dario naar de joc-jongens is gegaan.
Aanwijzingen: Dario had zich erg op zitten tutten in de badkamer,
douchen (doet-ie meestal hooguit eens per maand), scheren, aftershave
en zelfs Toons parfum for men. Raar, want hij wil er nooit leuk
uitzien (weinig kans op ook, het enige mooie aan hem is z’n mond). Hij
ging lopend weg. Ellen en Ko (midden 40), kennissen van m’n ouders,
wonen op een kwartier loopafstand. Voor de verandering was Dario
(18) niet chagrijnig. De laatste tijd gaat z’n mobiel erg vaak af.
Berekening: m’n intuïtieve associatie met Dario’s douchen e.d. is
paars. Goede kleur (1, vernieuwing). De getallen die ik uit Ellen en Ko
krijg zijn ook goed; 3 en 8 leveren 11 op, dus ze begrijpen zijn verborgen
motieven. Er is een reeks onbekende factoren. Maar het merk van
z’n mobiel, Samsung, levert het getal 4 op, wat ik deze keer hoog waardeer
(realisme, gezond verstand). Uitkomst is positief.
Slotsom: Dario is niet met de joc-jongens op pad. Hij is vast ook niet
bij Ellen en Ko. Maar niemand hoeft zich zorgen te maken.
Evaluatie, 14 december: goed gerekend! Dat Ellen en Ko een leuke
verpleegster op kamers hebben kon ik niet raden, maar dat alles er
goed uitzag wist ik dus WEL! Ook al kreeg Dario vreselijk op z’n lazer,
toen-ie om 00.26 uur stoned binnenzeilde, ’t gaat goed met ’m! Het
systeem WERKT!