Interview
Cornelia Funke over het 'mooiste beroep van de wereld'
Boeken voor kinderen schrijven is het mooiste beroep van de wereld. Het allermooiste. Er zijn weinig dingen die ook maar half zo leuk zijn als kinderen verhalen vertellen (en jezelf natuurlijk ook, maar dat is weer een ander verhaal).
Kinderen kruipen zo makkelijk tussen de woorden die je hun aanreikt. Ze trekken ze over hun hoofd als een onzichtbaar makende kap, ze maken er deuren en ramen van waar ze doorheen klimmen, en dan komen ze op plaatsen die ze nog nooit eerder gezien hebben. Je hoeft maar een draad voor ze te spinnen, een zilveren draad van woorden, en ze gaan al op pad, ze gaan in de door jou verzonnen wereld wandelen, nieuwsgierig, onbevreesd op zoek naar het onbekende, het griezelige.
Het kost hun geen enkele moeite bij een boek beelden op te roepen, hun eigen beelden, de woorden helpen hen daar alleen maar bij – beelden die dingen uitleggen, die troosten, die vage angsten een concrete vorm geven (een gave die veel volwassenen helaas kwijtraken, of op z’n minst verdacht gaan vinden).
Ja, het is heerlijk om kinderboeken te schrijven, want met kinderen krijg je het beste publiek van de wereld voor je verhalen.
U gelooft me nog steeds niet? U wilt nog een reden horen waarom kinderboeken schrijven bij de top-10 van droomberoepen hoort? Hier komt hij: de brieven. ‘Ik ben eigenlijk geen echte lezer,’ schrijven kinderen, op het briefpapier van hun vaders bedrijf (het logo doorgestreept), ‘maar uw boek heb ik in drie nachten uitgelezen.’
Kinderen zijn de beste, de enige fans die te verdragen zijn. Nou goed, een paar minuten zijn ze natuurlijk verlegen omdat ze de Cornelia die blijkbaar hun lievelingsboek heeft geschreven voor het eerst in levende lijve voor zich zien. (‘Heb jij dat boek echt geschreven?’ vragen ze, en dan zachtjes tegen hun vriendin: ‘Ik had me haar heel anders voorgesteld.’) Maar daarna komen ze los en stellen ze de belangrijke vragen: ‘Hoe oud ben je? Heb je kinderen? Heb je dieren? Is boeken schrijven leuk? – en natuurlijk ook: ‘Hoeveel verdien je?’
En er is nog iets wat voor kinderboeken pleit: de collega’s. Schrijvers die voor kinderen schrijven zijn heel aardige collega’s, bijna allemaal opvallend bescheiden, ze zien elkaar niet als concurrenten (waarom zouden ze ook? Kinderen lezen toch meestal meer dan één boek per jaar, zelfs als het zo dik is als Harry Potter), en bovendien hebben ze lol in hun werk, wat hen natuurlijk ook tot zeer aangenaam gezelschap maakt.
Maar de belangrijkste reden om voor kinderen te schrijven is het onverzadigbare, niet te temperen plezier in vertellen… Ja, ik geef het toe. Toen ik ging zitten om mijn eerste, mijn allereerste kinderboek te schrijven, dacht ik niet aan degenen voor wie ik het schreef en die later met hun brieven en als toehoorder mijn hart zouden stelen. Nee, dat was absoluut niet het geval. En zelfs nu begin ik niet aan een nieuw boek met de gedachte aan mijn lezers (in elk geval is het niet mijn eerste gedachte). Het is het plezier in verhalen vertellen dat me er steeds weer toe brengt om te schrijven, het eeuwenoude plezier dat we allemaal in ons hebben, of het nu als toehoorder of als verteller is – het plezier dat misschien zijn oorzaak vindt in het feit dat we de wereld een voorspelbaar patroon willen geven, een begin, een eind, een zin… en natuurlijk hoofdfiguren. (Tenslotte zouden we dat allemaal graag willen zijn: hoofdfiguur van een spannend verhaal, natuurlijk met een happy-end.)
Ja, dat is waarschijnlijk het eerlijkste antwoord op de vraag waarom volwassenen voor kinderen schrijven: omdat het verhalenvertellers zijn en daar geen beter publiek voor bestaat dan kinderen. Die weten nog precies hoe de afspraak tussen verteller en toehoorder luidt: de verteller bepaalt de regels van de wereld waar hij jou in lokt, en jij moet daar op ingaan, anders is het spel maar half zo leuk. Met die afspraak hebben kinderen geen enkele moeite. Zij hebben nog geen starre voorstelling van wat we de werkelijkheid noemen, en sommigen worden zelfs volwassen zonder het vermogen te verliezen de regels van de werkelijkheid in twijfel te trekken, op plaatsen te komen die door een ander brein zijn bedacht, van gedaante te veranderen, van grootte, van wereld… Voor zulke volwassen kinderen schrijf ik mijn boeken natuurlijk ook. Elke dag met meer plezier.